sg


Intervallen

Selecteer de grondtoon waarover je informatie wil:

majeur heeft zeven stamtonen. Deze stamtonen worden vernoemd naar hun interval. Deze interval is de toonafstand tussen de prime (de grondtoon waaruit je vertrekt) en een stamtoon bij een oplopende toonladder.
De westerse muziek is gebaseerd op een toonreeks van twaalf tonen. Van deze twaalf tonen worden er zeven (do, re, mi, fa, sol, la, si, do) gebruikt voor een toonladder. De witte toetsen op een piano komen overeen met de toonladder van C majeur (Het do-re-mi). De toonladder van C majeur begint met een C (do) toon en eindigt met een C toon. De zwarte toetsen zijn voor de tussenliggende tonen (cis, dis, fis, gis en ais). Hierdoor is de volledige toonladder in 12 tonen verdeeld waarbij elke toon van een andere toon gescheiden is met een gelijke afstand. Voor alle duidelijkheid:

C = do

C# of Db = cis of des

D = re

D# of Eb = dis of es

E = mi

F = fa

F# of Gb = fis of ges

G = sol

G# of Ab = gis of as

A = la

A# of Bb = ais of bes

B = si

De naamgeving is afhankelijk van de melodielijn:

Stijgend:

van C naar D: Cis of C#

van D naar E: Dis of D#

van F naar G: Fis of F#

van G naar A: Gis of G#

van A naar B: Ais of A#


Dalend:

van D naar C: Des of Db

van E naar D: Es of Eb

van G naar F: Ges of Gb

van A naar G: As of Ab

van B naar A: Bes of Bb

Dus: Een Cis en Des klinken hetzelfde, een Dis en Es klinken hetzelfde, een Fis en Ges klinken hetzelfde,
een Gis en As klinken hetzelfde en een Ais en Bes klinken hetzelfde alleen de theoretische benadering is anders!
In alle onderstaande voorbeelden en tabellen wordt, om programmatorische redenen, enkel met de "kruizen" gewerkt!

Onderstaande tabel geeft de benamingen weer van de intervallen tussen de grondtoon en de verschillende stamtonen. Je kunt de grondtoon aanpassen door in het keuzeveld een grondtoon te selecteren:


Interval Tabel

Majeur akkoorden Mineur akkoorden Van Naar Benaming (english description) Aantal
noten
Omschrijving binnen akkoord
prime (unison)
0 grondtoon
kleine seconde (flat 2nd)
1 kleine seconde
grote seconde (2nd)
2 grote seconde (sus2)
kleine terts (minor 3rd)
3 mineur
grote terts (major 3rd)
4 majeur
reine kwart (perfect 4th)
5 sus4
overmatige kwart, verminderde kwint, tritonus (flat 5th)
6 verminderde kwint, b5, -5
reine kwint (perfect 5th)
7 majeur,   mineur
overmatige kwint, kleine sext (minor 6th)
8 aug, +5
(grote) sext (major 6th)
9 sext, 6
klein septime, overmatige sext (minor 7th)
10 septime, 7
(groot) septime (major 7th)
11 majeur septime, maj7
octaaf (octave)
12 octaaf
verminderde none (flat 9th)
13 verminderde none, -9, 9b
none (9th)
14 none, 9
verminderde decime (sharp 9th)
15 verminderde decime, -10,
10b, +9 overmatige none
decime (major 10th)
16 decime, 10
undecime (11 th)
17 undecime, 11
overmatige undecime (augmented 11th)
18 overmatige undecime +11, -12, 11aug
duodecime (perfect 12th)
19 duodecime, 12
verminderde tredecime (flat 13th)
20 verminderde tredecime, -13
tredecime (13th)
21 tredecime, 13

N.B. In het Engels wordt de benaming "flat" of "diminished" gebruikt voor verminderd (b) en "sharp" of "augmented" voor overmatig (#).






Majeur akkoorden


"Majeur" akkoorden zijn opgebouwd uit drie tonen: de prime, de grote terts en de reine kwint.

Majeur is gebaseerd op de majeur- of grote-tertstoonladder, een toonladder die met een grote terts begint. Majeur (=groot), verwijst naar de grote terts.

De intervallen van een majeurtoonladder zijn van laag naar hoog:

0 1 1 ½ 1 1 1 ½
1 I II III IV    V VI VII VIII
2 Stam
3 Stam
4 Terts
5 Kwint
6 1e progressie
7 Septime
8 2e progressie
9 None
10 3e progressie

Rij 0 geeft de intervallen weer
Rij 1 geeft de Romeinse cijfers weer voor de verschillende trappen van deze toonladder (bij het benoemen van een majeur toonladder gebruikt men hoofdletters, en bij mineur toonladders, kleine letters)
Rij 2 geeft de noten weer van deze toonladder
Rij 3 geeft de prime weer van de akkoorden
Rij 4 geeft de terts weer van de akkoorden (prime + grote terts)
Rij 5 geeft de kwint weer van de akkoorden (prime + grote terts + kleine terts)
Rij 6 geeft het overeenkomstige akkoord weer van de tertsen stapel, zijnde de 1e progressie
Rij 7 nog een terts erbij gestapeld geeft een 4-klank
Rij 8 geeft het overeenkomstige akkoord weer van de tertsen stapel
Rij 9 nog een terts erbij gestapeld geeft een 5-klank
Rij 10 geeft het overeenkomstige akkoord weer van de tertsen stapel

Noot nummer VIII is gelijk aan noot nummer I, maar dan een octaaf hoger.
Na noot nummer VIII komt weer een nieuwe reeks.

Akkoorden en toonladders hebben een directe relatie; uit de gebruikte toonladder volgen vaak meteen de te gebruiken akkoorden en andersom. Als we nog een keer de toonladder van majeur bekijken, zien we hoe drieklanken in die toonladder terug te vinden zijn. Om "goed" te klinken in een toonsoort moet een drieklank opgebouwd worden uit tonen die in de toonladder voorkomen ofwel "laddereigen" zijn. Een "beperking" is dat akkoordnoten niet naast elkaar mogen liggen.

Door op iedere trap(trede) van de toonladder een drieklank te bouwen (steeds één trede overslaan) vinden we 7 drieklanken, die we nu aangeven met een Romeins cijfer voor de trap (-trede van de toonladder) waarop het akkoord is begonnen (relatieve akkoordnotatie ten opzichte van de toonsoort). De gevonden drieklanken hebben echter niet alle hetzelfde karakter: op I IV en V klinken de akkoorden groot (majeur), ze zijn opgebouwd uit een grote terts met daar bovenop gestapeld een kleine terts. Dergelijke majeur akkoorden worden vaak bij muziek genoteerd met de hoofdletters: , en voor I IV en V.

Op II III en VI vinden we drie mineur akkoorden vinden, een kleine terts met daar bovenop een grote terts. Mineur akkoorden worden genoteerd met een hoofdletter voor de grondtoon van het akkoord gevolgd door een kleine letter m: , en voor VI, III en II.

Eén akkoord valt op: op VII zit een verminderd mineur akkoord, opgebouwd uit twee kleine tertsen. Verminderde mineur akkoorden worden genoteerd met de letter van het akkoord gevolgd door de 'm' en '-5':
Heel vaak wordt dit akkoord met het DIM akkoord verward. Het verschil tussen de m(7)-5 en het DIM akkoord is dat het DIM akkoord bestaat uit een prime, kleine terst, verminderde kwint en een verminderde septime (= sext). Het is dus een 4-klank en in feite een m6-5 !

    2         2         1         2         2         2         1    
CDE F GA B
GAB C DEF#
DEF# G ABC#
ABC# D EF#G#
EF#G# A BC#D#
BC#D# E F#G#A#
F#G#A# B C#D#F
C#D#F F# G#A#C
G#A#C C# D#FG
D#FG G# A#CD
A#CD D# FGA
FGA A# CDE
CDE F GA B

Eens de 1e majeur toonladder bekend is, kunnen de volgende vrij snel gevonden worden met behulp van bovenstaande tabel. De 1e rij geeft de intervallen weer. Op de 2e rij begint de 1e toonladder van C. Merk op dat de middelste kolom niet benodigd is om het restant van de toonladders te bepalen.

Om de volgende toonladder te vinden neem je het "achterste" deel van de 1e toonladder ( G A B ). Dit vormt het 1e deel van de nieuwe toonladder (G). Aan de hand van de intervallen op rij 0 vul je aan met respectievelijk C, D, E en F#. Het achter deel (D, E en F#) vormt wederom het begin van een nieuwe toonladder, D in dit geval. Je herhaalt dit tot je alle toonladders hebt.




Mineur akkoorden

"Mineur" akkoorden zijn opgebouwd uit drie tonen: de prime, de kleine terts en de reine kwint.

Mineur is gebaseerd op de mineur- of kleine-tertstoonladder, een toonladder die met een kleine terts begint. Mineur (=klein), verwijst naar de kleine terts.

De intervallen van de melodische jazz mineurtoonladder zijn van laag naar hoog:

0 1 ½ 1 1 1 1 1
1 i ii iii iv    v vi vii viii
2 Stam
3 Stam
4 Terts
5 Kwint
6 1e progressie
7 Septime
8 2e progressie
9 None
10 3e progressie

Rij 0 geeft de intervallen weer
Rij 1 geeft de Romeinse cijfers weer voor de verschillende trappen van deze toonladder (bij het benoemen van een mineur toonladder gebruikt men kleine letters, en bij majeur toonladders, hoofdletters)
Rij 2 geeft de noten weer van deze toonladder
Rij 3 geeft de prime weer van de akkoorden
Rij 4 geeft de terts weer van de akkoorden (prime + kleine terts)
Rij 5 geeft de kwint weer van de akkoorden (prime + kleine terts + kleine terts)
Rij 6 geeft het overeenkomstige akkoord weer van de tertsen stapel, zijn de 1e progressie
Rij 7 nog een terts erbij gestapeld geeft een 4-klank
Rij 8 geeft het overeenkomstige akkoord weer van de tertsen stapel
Rij 9 nog een terts erbij gestapeld geeft een 5-klank
Rij 10 geeft het overeenkomstige akkoord weer van de tertsen stapel

Noot nummer VIII is gelijk aan noot nummer I, maar dan een octaaf hoger.
Na noot nummer VIII komt weer een nieuwe reeks.

Indien een mineurprogressie afgesloten wordt met een majeurakkoord, dan wordt dit slotakkoord een "Picardische Terst" genoemd.





maj9, 9 of add9 akkoord ?


Wat is het verschil tussen een maj9, 9 of add9 akkoord? Onderstaande tabel laat zien wat er gebeurt en wat de juiste verschillen zijn:


De C7 add9 add11 add13 bestaat niet! De juiste benaming is Cmaj13 !
De Cmaj7 add 9 bestaat ook niet! De juiste benaming is Cmaj9 !

Alle '13' akkoorden hebben de aanwezigheid van de prime, terts, kwint, septime, none, undecim en tredecim en zijn bijgevolg ' 7-klanken' en zijn dus op 6-snarige gitaren niet mogelijk. Niettemin bestaan deze akkoorden voor de zes snarige gitaren! Dikwijls wordt de kwint of het septime in het akkoord weggelaten en wordt de weggelaten noot door de bassist of door een 2e gitarist gespeeld.

Een traditionele 12 maten majeurblues

|: I  | IV | I | I   | 
|  IV | IV | I | I   | 
|  V  | IV | I | V  :| 

|: C  | F  | C | C   | 
|  F  | F  | C | C   | 
|  G  | F  | C | G7 :| 







+5 (augmented) akkoorden

"+5 of augmented" akkoorden (prime, grote terts, overmatige kwint) hebben intervals van 4 halve tonen, dus de volgende akkoorden hebben dezelfde noten:

akkoord prime grote terts overmatige kwint
C+5 C E G#
E+5 E G# C
G#+5 G# C E
C#+5 C# F A
F+5 F A C#
A+5 A C# F
D+5 D F# A#
F#+5 F# A# D
A#+5 A# D F#
D#+5 D# G B
G+5 G B D#
B+5 B D# G
augmented cluster






Mineur6 -5 (diminished) akkoorden

Gelijkaardig heeft het mineur sext -5 of dim (van "diminished" = verminderd), akkoord (prime, kleine terts, verminderde kwint en sext) intervals van 3 halve tonen waardoor de volgende akkoorden dezelfde noten hebben:

akkoord prime kleine terts verminderde kwint sext
Cm6 -5 C Eb F# A
Ebm6 -5 Eb F# A C
F#m6 -5 F# A C Eb
Am6 -5 A C Eb F#
C#m6 -5 C# E G A#
Em6 -5 E G A# C#
Gm6 -5 G A# C# E
A#m6 -5 A# C# E G
Dm6 -5 D F G# B
Fm6 -5 F G# B D
G#m6 -5 G# B D F
A#m6 -5 A# C# E G
diminished cluster

Zoals uit bovenstaande tabel blijkt is het dim akkoord een mineur sext, verminderde kwint akkoord.









Septime verminderde kwint akkoorden

Ook gelijkaardig heeft het "7 -5" akkoord (prime, grote terts, verminderde kwint, kleine septime) wisselende intervals van 4 en 2 halve tonen waardoor de volgende akkoorden dezelfde noten hebben:

akkoord prime grote terts verminderde kwint septime
C7 -5 C E F# Bb
F#7 -5 F# Bb C E
C#7 -5 C# F G B
G7 -5 G B C# F
D7 -5 D F# G# C
G#7 -5 G# C D F#
D#7 -5 D# G A C#
A7 -5 A C# D# G
E7 -5 E G# A# D
A#7 -5 A# D E G#
F7 -5 F A B D#
B7 -5 B D# F A






None verminderde en overmatige kwint akkoorden

Ook gelijkaardig heeft het "9 -5" akkoord (prime, grote terts, verminderde kwint, kleine septime, none) en gelijkenis met het "9 +5" akkoord wisselende intervals van 4 en 2 halve tonen zodat de volgende akkoorden dezelfde noten hebben:

akkoord prime grote terts kwint + of - septime none
C9 -5 C E Gb A# D
D9 +5 D F# A# C E
C#9 -5 C# F G B D#
D#9 +5 D# G B C# F
D9 -5 D F# Ab C E
E9 +5 E G# C D F#
D#9 -5 D# G A C# F
F9 +5 F A C# D# G
E9 -5 E G# Bb D F#
F#9 +5 F# A# D E G#
F9 -5 F A B D# G
G9 +5 G B D# F A
F#9 -5 F# A# C E G#
G#9 +5 G# C E F# A#
G9 -5 G B Db F A
A9 +5 A C# F G B
G#9 -5 G# C D F# A#
A#9 +5 A# D F# G# C
A9 -5 A C# Eb G B
B9 +5 B D# G A C#
A#9 -5 A# D E G# C
C9 +5 C E G# A# D
B9 -5 B D# Fisb (=F) A C#
C#9 +5 C# F A B D#





Naamgeving van akkoorden

De wereld van de namen van akkoorden is niet of nauwelijks gereguleerd waardoor er een mengelmoes van notaties gebruikt wordt. Eenduidige benaming is niet aanwezig en er worden verschillende symbolen gebruikt. Ik pleit hierbij dan ook voor een simpele standaard akkoorden notatie !

De hier door mij gebruikte methode is als volgt:

- voor majeur wordt géén aanduiding aangebracht. Bv: A (a=prime, cis=grote terts, e=reine kwint)

- voor mineur wordt de kleine letter m gebruikt. Bv: Am (a=prime, c=kleine terts, e=reine kwint)

- voor septime wordt het cijfer 7 gebruikt. Bv: A7 (a=prime, cis=grote terts, e=reine kwint, g=septime)

- voor sext wordt het cijfer 6 gebruikt. Bv: A6 (a=prime, cis=grote terts, e=reine kwint, fis=sext)

- voor majeur septime worden de tekens maj7 gebruikt. Bv: Amaj7 (a=prime, cis=grote terts, e=reine kwint, gis=grote septime)

- voor verminderd wordt het   -   teken gebruikt vòòr de plaats waar het op slaat. Bv: A-5 (a=prime, cis=grote terts, dis=verminderde kwint)

- voor overmatig (augmented) wordt het   +   teken gebruikt vòòr de plaats waar het op slaat. Bv: A+5 (a=prime, cis=grote terts, f=overmatige kwint) Het woord augmented verdwijnt !

- voor diminished wordt   dim   gebruikt. Bv: Adim (a=prime, c=kleine terts, dis=verminderde kwint, fis=sext)

- bij combinaties van bovenstaande wordt een spatie gebruikt als scheiding. Bv: A7 +5 -9 is A septime, overmatige kwint, verminderde none)

- akkoorden waarbij de kwint weggelaten is worden aangeduid met *5. Bv: A7 *5 (a=prime, cis=grote terts, g=kleine septime)

- akkoorden waarbij de terts weggelaten is worden aangeduid met *3. Bv: A7 *3 (a=prime, e=reine kwint, g=kleine septime)

- Slash akkoorden: dit zijn akkoorden waarbij de letter na de slash op de laagste noot slaat. Bv: Am/G (a=prime, c=kleine terst, e=reine kwint, g=kleine septime op de lage E snaar)


Nota bene: Heel vaak wordt het dim akkoord verward met de m7 -5 en m -5. Het verschil tussen de twee is dat het dim akkoord bestaat uit een prime, kleine terst, verminderde kwint en een verminderde kleine septime (= sext). Het is dus een 4-klank en in feite een mineur6 -5 !
Ook wordt wel eens de notatie A0, AØ, A half-diminished of Adim7 gebruikt voor Adim. Weg ermee !

Met Δ7 (het "delta" symbool, of een triangel, gevolgd door het cijfer 7) wordt de maj7 bedoeld. Weg ermee !

"maj" en nog iets betekent "maj7" en nog iets. (Zie ook bij Maj9, 9 of add 9 akkoord.)

Bij voorbeeld:
Cmaj9 betekent c (prime), e (grote terts), g (reine kwint), b (grote septime) en d (none).
Cmaj11 betekent c (prime), e (grote terts), g (reine kwint), b (grote septime), d (none) en f (undecime).
Cmaj13 betekent c (prime), e (grote terts), g (reine kwint), b (grote septime), d (none), f (undecime) en a ( tredecieme).
Cmaj7 add9 add11 add13 bestaat niet; de juiste benaming is Cmaj13 !
Cmaj7 add9 add11 bestaat niet; de juiste benaming is Cmaj11 !
Cmaj7 add9 bestaat ook niet; de juiste benaming is Cmaj9 !

Cmaj7 add11 en Cmaj7 add13 bestaan wel !

C add9 betekent c (prime), e (grote terts), g (reine kwint) en d (none).
C9 betekent c (prime), e (grote terts), g (reine kwint), ais (kleine septime) en d (none).
C11 betekent c (prime), e (grote terts), g (reine kwint), ais (kleine septime), d (none) en f (undecime).
C13 betekent c (prime), e (grote terts), g (reine kwint), ais (kleine septime), d (none), f (undecime) en a ( tredecieme).
C7 add9 bestaat niet; de juiste benaming is C9 !
C7 add9 add11 bestaat niet; de juiste benaming is C11 !
C7 add9 add11 add13 bestaat niet; de juiste benaming is C13 !

C7 add11 en C7 add13 bestaan wel !

C sus4 betekent c (prime), f (uitgestelde terts: sus4), g (reine kwint).
C add4 betekent c (prime), e (grote terts), f (reine kwart:sus4), g (reine kwint).

C sus 2 betekent c (prime), d (uitgestelde terts: sus2), g (reine kwint).
C add 2 betekent c (prime), e (grote terts), d (grote secunde: sus2), g (reine kwint).

C6/9 of C6 add9 betekent c (prime), e (grote terts), g (reine kwint), a (sext), d (none).

C7 -9 betekent c (prime), e (grote terts), g (reine kwint), ais (kleine septime) en cis (verminderde none).
C7 +9 betekent c (prime), e (grote terts), g (reine kwint), ais (kleine septime) en dis (vermeerderde none).

C7 -5 betekent c (prime), e (grote terts), ges (verminderde kwint), ais (kleine septime).
C7 +5 betekent c (prime), e (grote terts), gis (vermeerderde kwint), ais (kleine septime).
C7 sus4 betekent c (prime), f ((uitgestelde terts: sus4), g (reine kwint) en ais (kleine septime).
C7 sus2 betekent c (prime), d ((uitgestelde terts: sus2), g (reine kwint) en ais (kleine septime).

C9 -5 betekent c (prime), e (grote terts), ges (verminderde kwint), a (sext), d (none).
C9 +5 betekent c (prime), e (grote terts), g (reine kwint), a (sext), d (none).
C9 sus4 betekent c (prime), f ((uitgestelde terts: sus4), e (grote terts), g (reine kwint), a (sext), d (none).
C9 sus2 betekent c (prime), d ((uitgestelde terts: sus2), e (grote terts), g (reine kwint), a (sext), d (none).

maj7 -5
maj7 +5
maj7 sus2
maj7 sus4

maj9 -5
maj9 +5
maj9 sus2
maj9 sus4



Omkeringen en inversies

Akkoorden bestaan uit tenminste 3 verschillende klanken.
Er is sprake van een omkering als bijvoorbeeld het C6 akkoord (C - E - G - A) als volgt gespeeld wordt:

Omkeringen:
C - E - G - A : prime, grote terts, reine kwint, sext: basis akkoord, grondligging
E - G - A - C : grote terts, reine kwint, sext, prime: 1e omkering
G - A - C - E : reine kwint, sext, prime, grote terts: 2e omkering
A - C - E - G : sext, prime, grote terts, reine kwint: 3e omkering

De akkoorden van dit soort omkeringen worden "closed chords" genoemd en zijn niet altijd evident om te spelen. Veel akkoorden zijn overigens reeds omkeringen of inversies of zijn quasi onmogelijk op een gitaar!
Wanneer echter de volgorde anders is, is er sprake van een inversie. Hierbij komen twee soorten voor: "drop-2" en "drop-3" akkoorden. Bij "drop-2" akkoorden wordt de kwint (de 2e noot van boven) een octaaf verlaagd en wordt ook wel "low-voicing" genoemd.

Drop-2 inversie:
C - E - G - A wordt dan G - C - E - A: tab 332210 (G-C-E-A-C-E)
E - G - A - C wordt dan A - E - G - C
G - A - C - E wordt dan C - G - A - E
A - C - E - G wordt dan E - A - C - G

Bij "drop-3" akkoorden wordt de terts (3e noot van boven) een octaaf verlaagd. Nu is er sprake van een "high-voicing".

Drop-3 inversie:
C - E - G - A wordt dan E - C - G - A
E - G - A - C wordt dan G - E - B - C
G - A - C - E wordt dan A - G - C - E
A - C - E - G wordt dan C - A - E - G

In de praktijk is het voldoende als je enkele omkeringen of inversies van een bepaald akkoord kent. Nogmaals: veel akkoorden zijn reeds omkeringen of inversies!


Akkoorden met dezelfde klanken

Er zijn akkoorden die "toevallig" dezelfde noten bevatten als een ander akkoord met een andere basis.
Bijvoorbeeld:

A6 = (A, C#, E, F#) en F#m7 = (F#, A, C#, E)
Am6 = (A, C, E, F#) en F#m7-5 = (F#, A, C, E)
Am7 = (A, C, E, G) en C6 = (C, E, G, A)
Csus2 = (C, D, G) en Gsus4 = (G, C en D)

Afhankelijk van een voorgaande reeks of een volgende reeks akkoorden (in een liedje of zo), wordt een bepaald akkoord benoemd. De A6 en de F#m7 hebben dan wel als basis dezelfde noten, toch zijn zij erg verschillend van elkaar A6 = a, e, cis, fis (tab: X02222) en F#m7 = fis, cis, a, e, cis, fis (tab: 242222)

Het verschil tussen een add9 en een sus2:

Neem bijvoorbeeld het volgende D akkoord (XX0230). Wanneer je deze gaat ontleden, krijg je de formule: prime, reine kwint en een none. Het akkoord mist de terts (het is geen mineur en ook geen majeur). De klank van het akkoord is echter onmiskenbaar een 9-klank: het is dus een D add9. Het wordt echter meestal een Dsus2 genoemd vanwege het feit dat de Dsus4 er zeer dicht bij ligt. Deze is in feite ook geen sus4 !
Een sus2 akkoord is alléén een sus2 akkoord als de terts vervalt en er een "2" voor in de plaats komt. Wanneer de terts vervalt en er een "9" voor in de plaatst komt is het een add9.
Als een '2' boven het octaaf ligt wordt het een '9' genoemd, als er een '4' boven het octaaf ligt een '11' en als er een '6' boven het octaaf ligt een '13'.
Tenslotte zijn er akkoorden die gelijkaardig zijn. Een "gewone" is bv het 11 akkoord met alleen maar
de grote septime, de none en de 11. Deze is hetzelfde als het majeur akkoord met de G in de bas:

A11 (zonder grote terts en zonder reine kwint) = A, G, B, D
G/A = A, G, B, D (tab 52000X of X00003)


Hoe bepaal je de noten van een akkoord?


Met 2 voorbeelden zal ik in het kort uitleggen hoe je dit het snelst kunt achterhalen.

Als 1e voorbeeld nemen we het Bm7 +5 akkoord.
Eerst moet je de toonladder van B bepalen door de letters vanaf B tot B op te sommen:

B C D E F G A B

Maak van deze letters de majeur toonladder: B C# D# E F# G# A# B (2-2-2-1-2-2-2-1)

Pas de familie aan: grote terst wordt kleine terts (D#->D), kwint overmatig maken (F#->G) en kleine septime toevoegen (A#):

B (prime)

D (kleine terts)

G (overmatige kwint)

A (kleine septime)


Ander voorbeeld: het Ab add 9 add 13 akkoord
Eerst moet je de toonladder van Ab bepalen door de letters vanaf A tot A op te sommen:

A B C D E F G A

Maak van deze letters de majeur toonladder: Ab Bb C Db Eb F G Ab (2-2-2-1-2-2-2-1)

Pas aan: majeur/mineur, kwint + of -, sext, septime, ...

Ab (prime)

C (grote terts)

Eb (reine kwint)

Bb (none: add 9)

F (tredecime: add 13)


Drieklanken


Een "akkoord" mag pas een akkoord genoemd worden als er tenminste 3 verschillende klanken in aanwezig zijn.

De "standaard" 3-klanken zijn de 12 basisakkoorden in majeur, de 12 mineurakoorden. Beide groepen kunnen nog eens onderverdeeld
worden in 12 "overmatige" en 12 "verminderde" akkoorden. Dit geeft dus in totaal, per toonsoort, 6 basisakkoorden.

Standaard Snaar Stemming EADGBESoort akkoord
Vingerzetting
C akkoord
C E G X 3 2 0 1 0 Grondligging
do mi sol C E G C E
C E G 0 3 2 0 1 0 1e Omkering
do mi sol E C E G C E
C E G 3 3 2 0 1 0 2e Omkering
do mi sol G C E G C E
C -5 akkoord
C E Gb X 3 4 5 5 X Grondligging
do mi ges C Gb C E
C +5 akkoord
C E G# 0 3 2 1 1 0 1e Omkering
do mi gis E C E G# C E
Cm akkoord
C Eb G 8 1010 8 8 8 Grondligging
do es g C G C Eb G C
C Eb G 3 3 5 5 4 3 2e Omkering
do es g G C G C Eb G
Cm -5 akkoord
C Eb Gb X 3 4 5 4 X Grondligging
do es ges C Gb C Eb
Cm +5 akkoord
C Eb G# X 3 6 5 4 X Grondligging
do es gis C G# C Eb


Wat zijn drieklanken?

Een drieklank is een samenklank opgebouwd uit drie verschillende klanken:
- een grondtoon
- een terts op deze grondtoon
- een kwint op deze grondtoon.

Deze drie tonen staan onderling in tertsafstand. Dit betekent dat de afstand van de onderste tot de bovenste toon van een drieklank altijd een kwint is (twee tertsen op elkaar=samen een kwint). Afhankelijk van de soort drieklank gaat het om een grote of kleine terts en om een reine, verminderde of overmatige kwint.

De majeurdrieklank van C is: C E G
C (do) is de grondtoon
E (mi) is de grote terts op de C
G (sol) is de reine kwint op de C

Als je het C akkoord (vingerzetting: 032010) op de gitaar aanslaat heb je respectievelijk: E-C-E-G-C-E.

De terts bepaalt of een akkoord majeur of mineur is en de kwint of het een gewoon akkoord is, of een verminderd of een overmatig. Voor de volledigheid worden hier de verminderde en overmatige akkoorden genoemd. In de les worden ze voorlopig niet gebruikt.

Elke samenklank die is opgebouwd uit een combinatie van deze drie tonen wordt een drieklank van C genoemd. Deze samenklank mag uit meer dan drie klanken bestaan, zolang elke klank maar een C, een E of een G is!

Bijvoorbeeld: C E G C (de laatste C is de vierde toon, een verdubbeling van de 1e C)

De grondtoon (in dit geval de C) hoeft niet persé de onderste toon van de samenklank te zijn. De terts (in dit geval de E) kan ook de onderste toon zijn.
Hetzelfde geldt voor de kwint (in dit geval de G).

Als de onderste toon de grondtoon (in dit geval de C) is spreken we van de grondligging.
Als de onderste toon de terts (in dit geval de E) is spreken we van de eerste omkering.
Als de onderste toon de kwint (in dit geval de G) is spreken we van een tweede omkering.

Hieronder volgen een aantal voorbeelden van samenklanken die allemaal drieklanken van C zijn.

Voorbeelden van de C (majeur) drieklank in grondligging zijn: (de klanken zijn van laag naar hoog genoteerd)
C E G
C G E C E
C E C G
(samenklank van 5 tonen, waarbij slechts 3 verschillende tonen worden gebruikt, namelijk C, E en G)
E C E G C E (of 6)

Voorbeelden van de C (majeur) drieklank in eerste omkering zijn:
E G C
E C G
E G C C
E C E G
E G C E G C

Voorbeelden van de C (majeur) drieklank in tweede omkering zijn:
G C E
G E C
G E C E
G C E C G
G E C G E C

Er bestaan dus 4 soorten drieklanken:
- majeur (of: grote terts)
- mineur (of: kleine terts)
- verminderd (-5) en
- overmatig (+5)

De majeur drieklank is opgebouwd uit: de grondtoon, een grote terts en een reine kwint.
De mineur drieklank is opgebouwd uit: de grondtoon, een kleine terts en een reine kwint.

De verminderde majeur drieklank is opgebouwd uit: de grondtoon, een grote terts en een verminderde kwint.
De verminderde mineur drieklank is opgebouwd uit: de grondtoon, een kleine terts en een verminderde kwint.

De overmatige majeur drieklank is opgebouwd uit: de grondtoon, een kleine terts en een overmatige kwint.
De overmatige mineur drieklank is opgebouwd uit: de grondtoon, een grote terts en een overmatige kwint.


De drieklanken op C zijn:
C E G majeur drieklank op C (C groot of C majeur of gewoon C)
C E Ges verminderde drieklank op C (C verminderde kwint of C -5 )
C E Gis overmatige drieklank op C (C overmatige kwint of C +5 )

De drieklanken op C mineur zijn:
C Es G mineur drieklank op C (C klein of C mineur of Cm)
C Es Ges verminderde drieklank op Cm (C mineur verminderde kwint of Cm -5)
C Es Gis overmatige drieklank op Cm (C mineur overmatige kwint of Cm +5)

Omdat de grondtoon in deze ligging de onderste toon is noemen we dit de grondligging.

De eerste omkering - waarbij de terts van de drieklank de onderste toon is - is dan:
E G C : C (majeur) 1e omkering (opgebouwd uit een kleine terts en kleine sext)
Es G C : C mineur 1e omkering (opgebouwd uit een grote terts en grote sext)
Es Ges C : C -5 1e omkering (opgebouwd uit een kleine terts en grote sext)
E Gis C : C -5 1e omkering (opgebouwd uit een grote terts en kleine sext)

De tweede omkering - waarbij de kwint van de drieklank de onderste toon is - is dan:
G C E : C (majeur) 2e omkering (opgebouwd uit een reine kwart en een grote sext)
G C Es : C mineur 2e omkering (opgebouwd uit een reine kwart en een kleine sext)
Ges C Es : C -5 2e omkering (opgebouwd uit een overmatige kwart en een grote sext)
Gis C E : C +5 2e omkering (opgebouwd uit een verminderde kwart en een kleine sext)

De overmatige drieklank.
De overmatige drieklank is een geval apart. De intervallen waarmee je de grondligging maakt (grote terts en overmatige kwint) klinken hetzelfde als de intervallen waarmee je de eerste omkering maakt (grote terts en kleine sext) en ook hetzelfde als de intervallen waarmee je de tweede omkering maakt (verminderde kwart en kleine sext). Een grote terts (bv C - E) klinkt hetzelfde als een verminderde kwart (bv C - Fes) en een overmatige kwint (bv C - Gis) klinkt hetzelfde als een kleine sext (bv C - As). De volgende voorbeelden klinken allemaal hetzelfde, maar zijn in theorie verschillende drieklanken:

C E Gis : C +5 in grondligging
C E As : As +5 in 1e omkering (grondligging is: As C E)
C Fes As : Fes +5 in 2e omkering (grondligging is: Fes As C)

NB: Fes= E en As=Gis of wel Fb=E en Ab=G#

Zie ook bij Augmented akkoorden theorie.


Op het gehoor kun je dus niet nagaan om welke omkering het gaat bij een overmatige drieklank.
De ligging kun je alleen bepalen als je weet hoe de klanken heten.

Tips voor het horen van drieklanken (en hun omkeringen):

Elke soort drieklank is te herkennen aan zijn eigen "sfeer":

Majeur (grote terts): vrolijk, opgewekt
Mineur (kleine terts): ernstig, droevig
Verminderd (-5): mineur-achtig, maar onaf, vraagt om een volgend akkoord, klinkt dicht, nauw
Overmatig (+5) : majeur-achtig, maar onaf, vraagt om een volgend akkoord, klinkt open, wijd.

Enkele voorbeelden van vierklanken van C:

Standaard Snaar Stemming EADGBESoort akkoord
Vingerzetting
Cmaj7 akkoord
C E G B X 3 2 0 0 0 Grondligging
do mi sol si C E G B E
C E G B 3 3 2 0 0 0 2e Omkering
do mi sol si G C E G B E
C7 akkoord
C E G A# X 3 2 3 1 0 Grondligging
do mi sol ais C EA# C E
C6 akkoord
C E G A X3555 5 Grondligging
do mi sol la CGCE A
C E G A 3 3 2 2 1 0 2e Omkering
do mi sol la G C EA C E





(c) 2019 Serge Girard